Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage Ds.

Nota van den heer F. M. Wibaut naar aanleiding van de Memorie van Toelichting.

Ondergeteekende kan zich, behoudens de uitbreiding door hem voorgesteld in de artikelen 27 en 29, met het Ontwerp van Wet, voorgesteld door de Staatscommissie inzake de Duurte, vereenigen.

Ten opzichte van de TOELICHTING evenwel, in het bijzonder wat betreft de principieel theoretische beschouwingen, waarmede in § 3 de duurte wordt verklaard, veroorlooft hij zich eenige zelfstandige opmerkingen.

Hij staat niet op het standpunt, waarvan bij deze beschouwingen wordt uitgegaan. Voor hem was reeds lang vóór den oorlog geen plaats meer voor geloof in een juist functionneeren van het stelsel van „vrije mededinging". In een productie, die gericht is op de grootst mogelijke winst voor particuliere eigenaars der productiemiddelen moet, naar zijn opvatting, bij een zekeren graad van technische en industrieele ontwikkeling, de mededinging in het belang van de ondernemerswinst worden beperkt of, zoo mogelijk, worden opgeheven.

De monopolistische ontwikkeling in de voortbrenging is voor hem geen gevolg van den oorlog.

Deze ontwikkeling is door eenige van de oorzaken in § 3 van de Memorie van Toelichting aangegeven sneller en daardoor duidelijker geworden dan zij vóór den oorlog voor velen nog was. Het is echter dezelfde ontwikkeling, die ook vóór den oorlog in vollen gang was.

Ondergeteekende deelt niet de verwachting, dat deze monopolistische ontwikkeling na den oorlog belangrijk zal verzwakken.

Zonder twijfel doen zich gevallen voor, waar recente organisatie van producenten niet anders is dan oorlogsbouw. Deze soort organisaties zullen dan allicht spoedig verdwijnen. Waar deze organisaties, zij het sneller, ontstonden uit de reëele ontwikkeling der productieverhoudingen zelve, zullen zij ook na den oorlog blijven bestaan en veelal sterker worden.

In dezen gedachtengang kunnen de verwachtingen van de werking eener wet, zooals deze door de Staatscommissie wordt voorgesteld, uiteraard niet hoog gespannen zijn.

Het ingrijpen door de wet mogelijk gemaakt zou, naar het oordeel van ondergeteekende, eerst waarlijk doeltreffend kunnen worden, indien vaststond, dat ingrijpen in de productie, en voor zooveel noodig overheidsbeheer. der productie, zou worden toegepast overal waar sterke uitvoering der wet op verzet van particuliere ondernemers zou afstuiten.

25 October 1919.

F. M. WIBAUT.

Sluiten