Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D6.

Amendementen van den heer F. M. Wibaut.

Ondergeteekende stelt voor in het ONTWERP VAN WET, ingediend door de STAATSCOMMISSIE INZAKE DE DUURTE, de volgende wijzigingen aan te brengen:

1. In artikel 27, le alinea, te lezen: „De duurteraad is bevoegd in het algemeen belang al dan niet op klacht prijzen, enz."

2. In artikel 29, le alinea, te lezen: „De duurteraad bestaat uit ten minste drie leden en ten minste drie plaatsvervangende leden."

TOELICHTING.

Ondergeteekende ziet geen reden om aan de duurteraden het recht te onthouden om, wanneer omstandigheden hen daartoe leiden, zelfstandig op te treden binnen het gebied van de wet. Er zijn, naar zijn meening, een aantal gevallen denkbaar, waar zulk zelfstandig optreden van den duurteraad gewenscht en aangewezen kan zijn.

Ook zal dit optreden in zekere gevallen een breedere strekking kunnen hebben dan het ingrijpen uitsluitend op klacht.

Hij ziet de mogelijkheid, dat het verleenen dezer bevoegdheid aan de duurteraden wenschelijk zou kunnen maken om het aantal leden en in verband daarmede het aantal plaatsvervangende leden grooter te nemen dan drie.

De wijziging van artikel 29, le alinea, voorziet hierin.

Hij acht het echter niet aangewezen, dat aanstonds bij de samenstelling dier duurteraden meer dan drie leden en drie plaatsvervangende leden zouden worden benoemd. Blijkt een grooter aantal noodig, dan geeft het gewijzigde artikel 29 het middel aan om daarin zonder vertraging te voorzien.

F. M. WIBAUT.

25 October 1919.

Sluiten