Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage E.

Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel. N°. 2725 afd. A. G.

's-GRAVENHAGE, 18 December 1919.

Aan

de Staatscommissie inzake de duurte.

Zeer zou ik het op prijs stellen, dat Uwe Commissie de Regeering over het volgende van voorlichting zou willen dienen.

De niet onbelangrijke verhooging van de salarissen dér Staatsdienaren, die in den laatsten tijd heeft plaats gehad en die nu weder met ingang van 1 Januari door eene nieuwe verhooging zal worden gevolgd, heeft niet alleen tengevolge, dat de salarissen der ambtenaren van andere publiekrechtelijke lichamen daarmede gelijken tred houden, of althans naar alle waarschijnlijkheid met het nieuwe salarispeil in overeenstemming zullen gebracht worden, doch doet ook noodzakelijkerwijze de loonen, die door particulieren betaald worden, belangrijk stijgen.

Het nauwe verband, dat er bestaat tusschen het peil der loonen en de duurte van bijna alle levensbehoeften, doet de vraag rijzen, of, gaat de Staat in de richting der loonsverhooging zijner dienaren nog verder voort, de mogelijkheid niet bestaat, dat juist door de stijging van de salarissen der ambtenaren in publieken dienst een nieuwe factor tot prijsstijging der eerste levensbehoeften ontstaat. Is zulks juist, dan zou niet alleen de invloed der salarisverhooging ten opzichte van de gezinnen der ambtenaren tamelijk wel gecompenseerd worden door eene nieuwe prijsstijging, doch zpu deze door die verhooging veroorzaakt kunnen worden, en zou zelfs de mogelijkheid niet uitgesloten zijn, dat eene verder gaande opvoering van het salarispeil een nadeeligen invloed op den levensstandaard der bevolking zou hebben.

Ik houd mij aanbevolen van Uwe Commissie te vernemen, tot welke beschouwingen een en ander aanleiding geeft.

De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, H. A. VAN IJSSELSTEIJN.

Staatscommissie in zake de duurte.

ROTTERDAM, 21 Februari 1920.

Aan Zijne Excellentie den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel.

Excellentie,

In antwoord op nevenvermeld schrijven heeft de aan hoofde dezes genoemde Staatscommissie de eer Uwe Excellentie als volgt te berichten.

Sluiten