Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het schrijven wordt in de eerste plaats tusschen de verhooging van de salarissen der Staatsdienaren en dienaren van andere publiekrechtelijke lichamen en het algemeen loonpeil in het particuliere bedrijf in dier voege verband gelegd, dat van de verhooging der overheidssalarissen verwacht wordt, dat noodzakelijkerwijs de loonen, die door particulieren betaald worden, belangrijk zullen stijgen.

De Staatscommissie mag dienaangaande opmerken, dat, al beschikt zij niet over voldoende concrete gegevens dienaangaande, het haar niettemin wil voorkomen, dat het zeer de vraag is, of inderdaad in de laatste jaren het de ervaring is geweest, dat in het algemeen het particuliere loonpeil de overheidsloonen is gevolgd. De Staatscommissie ziet hierbij niet over het hoofd dat — al heeft met name het collectief arbeidscontract in verschillende particuliere bedrijfstakken eveneens grootere zekerheid gebracht — toch bij eene vergelijking de voordeden, uit een oogpunt van vastheid, pensioengerechtigdheid en zoo meer, aan de openbare dienstbetrekking in het algemeen verbonden, niet geheel buiten rekening mogen worden gelaten. Ook dan echter zoude, naar het aanvankelijk oordeel der Commissie, vooral wat geoefende krachten betreft, de vergelijking voor verschillende bedrijfstakken vermoedelijk niet ten nadeele van het particuliere bedrijf uitvallen, zoodat indien hier van een zekere volgorde in loonsverhooging gesproken mag worden, de volgorde in deze gevallen eer een andere is geweest dan in het schrijven van Uwe Excellentie werd genoemd. De Staatscommissie heeft hierbij het oog zoowel op de salarissen der werklieden, als op die Van het hoogere personeel.

Het schrijven vervolgt:

„Het nauwe verband, dat er bestaat, tusschen het peil der loonen „en de duurte van bijna alle levensbehoeften, doet de vraag rijzen, „of, gaat de Staat in de richting der loonsverhooging zijner dienaren „nog verder voort, de mogelijkheid niet bestaat, dat juist door de „stijging van de salarissen der ambtenaren in publieken dienst een „nieuwe factor tot prijsstijging der eerste levensbehoeften ontstaat. „Is zulks juist, dan zou niet alleen de invloed der salarisverhooging „ten opzichte van de gezinnen der ambtenaren tamelijk wel „gecompenseerd worden door een nieuwe prijsstijging, doch zou „deze door die verhooging veroorzaakt kunnen worden, en zou „zelfs de mogelijkheid niet uitgesloten zijn, dat een verdergaande „opvoering van het salarispeil een nadeeligen invloed op den „levensstandaard der bevolking zou hebben". Dat tusschen het peil der loonen en de duurte van bijna alle levensbehoeften een nauw verband bestaat, is niet te ontkennen. De Staatscommissie mag er intusschen op wijzen, dat hierbij niet uit het oog mag worden verloren, dat bij de groote meerderheid der producten het loon slechts een deel der productiekosten vertegenwoordigt, zoodat loonstijgingen slechts naar zekere verhouding, die in verschillende takken

Sluiten