Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

Mag er eigenlijk wel gesproken worden van Christelijke kunst? Is het wel geoorloofd, de kunst in verband te brengen met den godsdienst? Is het niet veeleer zóó, dat èn kunst èn godsdienst elk op eigen terrein oppermachtig troonen, en dat zij, beide souverein, op hun gebied geen andere macht erkennen?

En al is het dan waar, dat in onze dagen de leuze „de kunst om de kunst" niet meer zóó geestdriftig wordt aangeheven, is het niet evenzeer waar, dat men van Christelgke kunst nog immer maar liever niet hoort spreken?

Geen wonder!

Men heeft immers gezegd, dat de beweging van '80 alleen een beweging was in de wereld der litteratuur.

Men vergeet echter, dat in de voorliefde, door de '80-ers voor zekere dichters getoond, zoowel als in het hooggeloofd individualisme reeds een levensbeschouwing tot uiting kwam. En zoo niet, waarom toornt Kloos dan zoo tegen de humanitaire idee in christendom en socialisme beide?

Het is niet anders, de litteratuur van '80 is antigodsdienstig. De '80-ers, zkh schijnbaar verzettend tegen de romantische school, maar in werkelijkheid de konsekwenties van het romantisme aanvaardend, hebben evenzeer aanvaard de oude, liberalistische levens- en wereldbeschouwing. Omdat de litteratoren van '80 vijandig

Sluiten