Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VISIOEN

Wat groote smart Brandde-die diepe groeven om die lippen? O, bleek gelaat, wat Godlijk medelij legde die teerheid op U, zooals de avond zijn zachte scheem'ring legt op 't rustend land? En, o, wat Godlijk weten, van wat eenmaal zal zijn als 't eeuw'ge, onbedrieglijke, verzachtte uw lijden, Jezus, met die hoop, die blonk in uw rein' oogen?

Jezus schreed, meedeinend op de golven, langs de zee.

De donder rolde en de weerschijn van het helle bliksemlicht viel op de golven, de roode, en speelde in de droppels, die opspatten en neervielen aan mijn voeten.

Maar Jezus strekte omhoog Zijn slanke handen en stond en wachtte. -«•»'';— .— .— j—>'i— — .— Toen zag ik de zon, de zon, die, als een schuchtre schoone, aarzlend, de wolkensluier van zich glijden liet.

Sluiten