Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERLOREN ZOON

Trotseere ik zulken smaad? Wie let dat ik. vertreden. Een wreker hunner wraak, dien spot met spot betaal' ?

Helaas, ik ben te moede. Ik heb te véél geleden

En 'k ducht dat (dieper smaad) de kracht me ook

[daartoe faal'. ...!

Vergeten dan ? Ai mij, hoe zoude ik óóit vergeten Dat, in 't verrafeld vod van eertijds purpren pronk, Ik, kijvende om een kans met liederüjke leten, O wellust, uit uw trog den draf der zwijnen dronk?

Bekennen? Neen. Dit blijv' 't geheimenis mijns levens

Ontken' mijn strak gelaat de wroeging mijner pijn !

En, God, schoon 'k buk voor U, en smeek om veel

[vergevens,

Duld, 's werelds hoon ten trots, mijn zéér hoogmoedig-zijn!

Geen boetkleed, opgeschort, vertoone, onverbonden, In valsche needrigheid aan 't gapende gemeen

Op 's levens ijdle markt de walging mijner wonden

Dés wete Die ze sloeg, met die ze II kloeg alléén.

Maar 'k zal voor dag en dauw den smallen gordel snoeren Om 't wambuis, dat verheelt, (schoon 't schrijne) en

[innig-stil

In lauwen schemerstal 't juk leggende op de schoeren Des dommelenden bruins, naar uwen heilgen wil

Sluiten