Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VADER

Wij bleven toch niet bij elkander, Dat hij gegaan is, smart mij niet. De tijd komt toch, dat de een den ander Verlaat, en niet meer ziet.

Maar dat hij niet een wijl' kon wachten, (Reeds boog de ouderdom mij krom,) Nog weinig dagen, luttel nachten, En ging, en kwam dan niet weerom ;

Dat hij niet treuren zal en weenen, Wanneer ik lig in laatste rust, Niet, bleek, over mijn bleekheid henen Zich buigen zal, en niet mij kust;

Dat niet zijn schouder vroom zal voeren Den laatsten last, mijn sterflijk deel; Dat vréémde handen mij beroeren, O kind, dat smaden is te veel....

Een warme druk der jonge handen, Was al mijn arme smeekens baat. Over de vaal belichte landen, Reed hij gelijk de dageraad.

Sluiten