Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERLOREN ZOON

Toen 'k mijn verwelkte wangen

aan zijnen schouder boog,

Voelde ik mijn weedom groeien,

daar 'k, weenend, hem bedroog.

Mijn moeder stond gebogen,

vol opgekropt verdriet.

Terwijl heur kalme wachten

heur heimlijke angst verried:

Hij komt terug : gebroken ?

in de ouden eigenwaan ? Toen heb ik, zwak en moede,

opnieuw bedrog gedaan.

En 'k sprak, wat zij verwachtten

van hun gekeerden zoon:

Ik ben de zonde ontvloden

in heimwee naar uw woon,

In heimwee naar uw harte; --

dat praamde tot ik ging,

Ik heb slechts één verlangen: vergevens zegening.

Sluiten