Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVONDLIEDJE

't Is de schemer, en uw zachte

Glimlach is mij dicht nabij.

Ziels verzichtbaarde gedachte

Weerlicht tusschen u en mij. In de heemlen uwer oogen Spieglen sidderend zijn snelle bogen.

In een fluistrend ommezweven

Wijlt uw adem om mijn hoofd.

Woorden worden en verbeven,

Lach begint en is verdoofd. En de schemer om ons henen Is van liefdes zuiver licht doorschenen.

En de tijdelooze roze

Van uw mond is zoet en teêr.

Niet te roeren, niet te kozen,

Schoon en broze evenzeer. Van een zalig zielsverrukken, Felst begeeren durft haar bloem niet plukken.

Schemering wordt donker nachten,

Maar gij zijt mij zeer nabij.

En uw suizelende zachte

Adem fluistert over mij. Leed kan tot mijn ziel niet naken, Want uw oogen blijven blinkend waken.

(Gestalten ea Stemmingen. Uitgave P, Noordhoff. Groningen).

Sluiten