Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CONHNCSKINDEREN

Wat is daar tusschen u en mij ? De tijd ? Laat toch rijn uren zwermen aan den zoom Van 't eeuwge, dat ons heft met onzen droom En dat ons eent of ons de tijd al scheidt —

Of is daar tusschen ons het wijde land. De bosschen, steden, stroomen, mijl aan mijl ? Zij zijn niet meer; er is niets dan het heil Van u en mij in eeuwigheidsver band;

Geen grenzen, niet het een nabij en ver Het ander, 't al ging onder in den vloed. Die duister golft ter kim met slechts de gloed Van vlammen rusdoos flakkrend her en der.

Ik weet niets meer, dan dat mijn zelf versaagt En zich laat breken in dees zaalge macht, En dat mijn leven graag bezwijkt voor 't zacht En sterk bedwingen, dat ons beiden draagt.

Wat is daar tusschen ons ? Een lach, een woord. Een mensch, een leven, duizend levens, dood ? Wie zegt dit, wat ik hoor ter nauwernood? Het klinkt aan de andre zijde van de poort

Sluiten