Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVOND

Als in uwer open hoven Geuren, gij ons weer verreest, Deedt gij, nacht, ons weer gelooven In wat nergens is geweest; Uitgestootnen aller landen Tot den zegen uwer handen. Zoeken wij uw kleederzoom En uw diepsten donkren droom.

Daarom gaan wij in den blauwen Avond weien langs en beemd, Zien hoe 't schijnsel der landouwen Scheidend, in de lucht verzweemt. Raden in het laatste lichten Al te voren de gezichten Wordende uit de duisternis Als het al omsluierd is.

Kom dan avond; uitgefloten Zijn de vooglen in het hout: Waar de lichte stroomen vloten Staan de hemelen vergrauwd; Kom dan avond, laat de verre Verten branden van uw sterren. En wat niemand had gedacht Geef het heden — kom nu nacht. —■

(Orplid. Uitgave ). Ploegsma. Zeist).

Sluiten