Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLATEN KERK

Gedempt viel in de kerk het zonnelicht. De boomen buiten wiegden op den wind. In 't hoog 'kozijn zat stil een grauwe musch, Nieuwsgierig kijkend, als een heel klein kind.

Op d'orgelbank lag nog muziek verspreid; Het psalmboek leunde stijf aan 't donker hout; Hoog stond een engel : 't dacht mij, dat hij blies Op zijn bazuin van rein en louter goud.

Maar 't bleef zoo stil, als 't nergens anders was. Door 't kerkgebouw ging zacht een zang van vree; De leege banken droomden stijf en stil; De boeken en de kussens droomden mee.

En 'k hoorde 't zachte suiz'len van den wind; 't Klonk plechtig, als de stemme van mijn God. Zoo wel was 't mij in lange niet te moe. Stil, als een kind, vertrouwde ik Hem mijn lot.

(Venen. Uitgave G. F. Nallenbach. Nijkerk. Pri|f f 1.00 geb.)

Sluiten