Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

Carthérine de Médicis.

Drie eeuwen zijn er noodig geweest om aan de Fransche vrouw haar alles beheerschende plaats te geven. Het zijn de eeuwen waarin Frankrijk geworden is van een conglomeraat van autonome landschappen tot den sterksten eenheidsstaat dien de wereld ooit heeft aanschouwd. En hier manifesteert zich in den machtigen gang der historie het verschijnsel dat wij op vele détailpunten in den loop onzer beschouwingen zullen ontmoeten: het verband dat aanwezig is tusschen den Franschen Staat, de Fransche samenleving, de Fransche vrouw.

In de middeleeuwen was dat een negatieve band. De Fransche Staat was geen rëeele macht, de Fransche samenleving was verbrokkeld en het gezelschapsleven kon nog niet worden aangemerkt als eene eigenheid van den Franschen geest. Ge kent de zoetgevooisde Provencaalsche beschaving, ge weet hoe de dartele liedjes der troubadours jodelden in de slothallen van sommige leenvorsten. Ge weet hoe er galante samenkomsten waren, minnehoven geheeten, rechtbanken in liefdesaangelegenheden, waar men spitsvondige en sierlijke discussies hield over de meest grillige problemen die zich tusschen twee geliefden kunnen voordoen. Maar dat gracelijk leven was niet meer dan het eerste lentegroen van een cultuur. — Ver van de wereld, die niet anders deed dan oorlog voeren en rooven, ver van de strijdende ridderschap met haar vaardige degens en vurige zeden, leefden eenzaam, teruggetrokken in heur hooge torencellen, de meeste vrouwen, die zich niet waagden aan de onveiligheid der wegen, en

Sluiten