Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Madame de Rambouillet.

Hoezeer er in de zestiende eeuw strevingen zijn waar te nemen als die van Cathérine de Medicis, welke zich richtten naar cultureele evenmaat, hoezeer de Staat een veel meer gecentralizeerd karakter droeg dan in de middeleeuwen, — tot een rijpe cultuur heeft ook de zestiende eeuw het evenmin kunnen brengen- als tot eene duurzame vastheid van staatkundig leven. Het scheen wel dat de Fransche samenleving, ondanks hare vroegrijpe eigenschappen, nog niet volkomen was uitgeroeid. De zestiende eeuw had zich verloren in de liefdesbespiegelingen der Contes de la Reine de Navarra, in de grillige ridderromans, de Amadis, uit het Spaansch vertaald, en de gloeiende couleuren dragend van het oorspronkelijk Spaansch karakter, vol princessen, schóoner dan Venus, die men maar behoefde aan te zien om onmiddellijk in liefde te ontvlammen, trouwelooze ridders, reuzen en monsters, die waren voorbestemd om vroeg of laat in het stof te bijten, feeën en toovenaars die hunne uitverkorenen beschermden als de goden van Homerus en aan onzichtbare touwtjes trokken om ze de wonderlijkste daden te laten verrichten.

Anders dan de zestiende wordt de zeventiende eeuw ingeleid. In het begin der zeventiende eeuw zien wij de Fransche maatschappij geenszins in evenwicht. In de stuiptrekkingen der godsdienstoorlogen was de zestiende eeuw ondergegaan. Die stuiptrekkingen hadden de nauwelijks tot regelmatigen bloei gekomen Fransche cultuur teruggeworpen. Onder Hendrik III, den laatsten koning uit het huis Valois, verdween hoe langer hoe meer het koninklijk gezag. Het was of de tijden van het leenstelsel herleefden. Nergens de aanwezigheid of den druk der Koninklijke macht gevoelende, regeerden 's Konings stedehouders in de verschillende gewesten weer als de zelf-

Sluiten