Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drevendheid en preciositeiten; haar helden zijn dikwijls niet anders dan tooneelhelden, die bleeke, rhetorische discoursen houden. Zij heeft vaak zielloos de antieke voorbeelden gevolgd, en mist frischheid en natuurlijkheid — Maar één groote eigenschap heeft zij van het Hotel de Rambouillet geërfd ~ het is de hartstocht en het talent voor de conversatie, en toen zij eenige bundels Conversations uit haar romans gelicht en afzonderlijk uitgegeven had, ontlokte zij aan Mme de Sévigné den uitroep : „il est impossible que cela ne soit bon, quand cela n'est pas noyé dans son grand roman".

Om haren geest volkomen te begrijpen, moet men zich rekenschap geven van het karakter waarin de geest van het Salon-Rambouillet was ontaard. De onderlinge bewierrooking, afwezig in de dagen van zijn luister, was langzaam binnengedrongen, en had alle zelfonderscheiding doen te loor gaan, de in détails tredende geleerdheid had pedanterie en neiging voor het futiele doen ontstaan, altemaal eigenschappen die wij in de persoonlijkheid van de epigonen als Mlle de Scudéry aantreffen.—

Hoe grenzeloos hare zelfoverschatting was, blijkt uit de passages die zij in haar roman zeer waarschijnlijk over zichzelf geschrevln heeft. Zij was allerminst eene schoone vrouw. En hoort nu, hoe zij in haar eigenliefde, zich verliest in hoovaardij:

„Wanneer ge mij nu hoort spreken over Sappho (d.i.: zij zelve) als over de meest bewonderenswaardige en beminnelijke persoon van geheel Griekenland, dan moet ge U daarom niet voorstellen, dat hare schoonheid een van die groote schoonheden zou wezen, waarin zelfs de jaloerscheid geen enkel gebrek zou weten te ontdekken. Tóch is zij in staat grooter hartstochten op te wekken dan de grootste schoonheden der wereld. Wat haar gelaatstint betreft, zij is niet zoo blank als het maar kan, maar tóch heeft zij een zoo schoonen glans, dat men kan zeggen dat zij schoon is. Maar hetgeen bij Sappho alles-overheerschend — beminnelijk is, dat is dat zij oogen heeft, zoo schoon, zoo levendig, zoo vol passie en geest, dat men hun glans niet kan weerstaan, en er zijn blikken niet van kan afwenden. Wat hun grootste schoonheid uitmaakt, dat is, dat er nooit een grooter tegenstelling is geweest dan tusschen het blank en het zwart van die oogen. En toch veroorzaakt die groote tegenstelling niet in het minst een onbevaüigen indruk."

Sluiten