Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gevangenis was haar soms liever dan het juk der grillige meesteres. „Ja" schreef zij eenmaal, niet zonder bitterheid, „het is wel waar dat men in de gevangenis zijn eigen wil niet kan volgen, maar men hoeft zich tenminste daar niet te buigen onder den wil van een ander". Zoo werd de gevangenschap haar een tijd, die niet geheel zonder liefelijkheid en genoegen verstreek. Zij voedde in haar ballingschap poesjes op, en vierde haar hartstocht bot voor literatuur en boeken. Haar hart had in dien tijd ook zijn roman, zij vatte liefde op voor een medgezel in de gevangenschap, den chavaher de Menil, maar deze vergat haar zoodra hij de gevangenis had verlaten. Het was nog niet het einde harer teleurstellingen. Na haar gevangenisstraf kwam zij terug bij de Duchesse, voor wie zij zich in den kerker had begeven. De Hertogin ontving haar met geen anderen welkomstgroet dan deze: „Zoo Mademoiselle, is U daar weer, dat is makkelijk voor mij." Zij nam haar betrekking weer op, — het was een zwaarder gevangenschap dan die der Bastille, een gevangenschap van veertien lange jaren. Toen bevrijdde haar haar huwelijk met Baron de Staal. Als troost won zij de achting van het geheele cour de Sceaux, en als posthume wraak heeft zij hare Mémoires nagelaten, die haar beroemd hebben gemaakt als letterkundige.

Op Mlle de Launay is van toepassing het woord van La Bruyère: „L'avantage des Grands sur les autres hommes est immense par an endroit. Je leur cède leur bonne chère, leurs riches ameublements, leurs chiens, leur chevaux, leurs singes, leurs nains, leurs fous et leurs flatteurs, muis je leur envie le bonheur d'avoir a leur service des gens qui les égalent par le Coeur et par 1'esprit, et qui les passent quelquefois '.

Mlle de Launay zélve schijnt wel een geesteskind van La Bruyère, een moralist als hij. Geplaatst in de nabijheid van de prinses zegt zij niet alles, maar ziet alles. Zij heeft acht te geven op haar woorden, maar wat zij gezien en ondervonden heeft, bewaart zij met een zeldzame juistheid in haren geest. Zij heeft bij uitstek het talent de dingen raak en juist te zeggen, een talent dat ook aan hare meesteres, de duchesse du Maine eigen was. Haar geest heeft echter geen behoefte aan bizondere wendingen, aan krullen en siersels in den stijl. Zij heeft een exacte en onbarmhartige opmerkingsgave, en geeft de dingen die zij beleefd

Sluiten