Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van verwijderden, omdat zij weigerden met middelmatigheden te concurreeren.

Mme de Tencin had de tact een salon te stichten dat niet belachelijk werd, en waar aanzienlijke geesten den smaak vonden te komen. Fontenelle werd de middelaar, en won alle gasten van Mme de Lambert als la Motte, Montesquieu en anderen voor haar milieu. En het werd een salon van breede allure. Voor het eerst in haar salon kreeg het Fransche gezelschapsleven een kosmopolitisch karakter, men zag er o. m. Chesterfield, den Genèver Tronchin enz.

Mme de Tencin had als salonnière, het uiterlijk van eene vrouw, 'die er van afgezien had als schoonheid te worden beschouwd. Wie haar voor de eerste maal zag, zeide: „Ach, wat een goede vrouw 1" — Anderen, die haar verleden kenden, vergaven haar gemakkelijk haar gemis aan boetvaardigheid, ennamen haar zooals zij zich gaf in haar salon, waar de letterkundigen zich thuis gevoelden. — Zelf schreef zij ook, maar zij verborg haar schrijverschap resoluter dan Mme de Lambert en zorgde er voor dat hare aardige romans: „Le Comte de Comminges" en „Le Siège de Calais" aan een ander werden toegeschreven. Met veel gezond verstand beheerde zij hare huishouding, en een ongedwongen geest heerschte er in haren kring. Wel kon zij scherp zijn, zooals toen zij aan Fontenelle toevoegde, dat hij geen hart in zijn boezem bad, maar op de plaats van zijn hart hersenen, zooals men ze in zijn hoofd heeft, maar zij had daartegenover veel edelmoedigheid. Het was een vrouw met grappige eigenaardigheden. Zoo gaf zij cadeautjes aan al haar „beesten", zooals ze de gasten familiaarweg noemde. Een zeer gecompliceerde natuur. Men voelde in haar een goede kameraad, en toch wist men, met groote zekerheid, dat naieveteit en zwakheid haar verre waren.

De meeste bekende episodes uit de geschiedenis van haar salon, waar soms een zekere neiging heerschte om de toehoorders te overbluffen, waren de monologen van Fontenelle, die wachtte, tot ieder zijn geestig woord, zijn verhaaltje, of zijn pikante anecdote had uitgezegd. Doof als hij was, kon hij de gesprekken alleen uit de verte volgen, en hij liet zich door zijn hoorn heen onderrichten over wat aan de orde was. Hij dacht er langzaam over na, en ving eerst aan te spreken, als alles zweeg.

Sluiten