Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII

De Temple.

In het Museum van Versailles hangt een merkwaardige schilderij van een bijna onbekenden meester. Het stelt het tweede groote Parijsche salon voor uit de eerste helft der achttiende eeuw: de Temple. Het is een fraai en licht salon, met wit houtwerk, met réchte lijnen, en door de hooge vensters die met gordijnen van roze zijden zijn omhangen, ziet gij de boomen en den hemel. Boven de deuren hangen glimlachende vrouwenportretten, en in een der hoeken wijst een vergulde houten klok den tijd. In de vier spiegels, die de wanden bedekken, schittert het verguldsel der meubelen, en alle figuurtjes die op de fauteuils of op het tapijtwerk, dat een wit fond heeft, zijn afgebeeld, dragen een naam en brengen de herinnering van een voorname vrouw in onze gedachten,

Het salon, dat hier in korte trekken wordt uitgeteekend, is dat van den prins van Conti, waarvan de ziel was, de vriendin van den prins van Conti, la Comtesse de BoufHers.

De prins van Conti had haar leeren kennen bij haar zuster, de Hertogin van Orleans, waar zij „dame d'honneur" was. De jaren hadden de liaison gemaakt tot een vaste verbintenis, en allengs was de verhouding tusschen beiden bijna een echtelijk leven geworden, want de standvastigheid van dezen luim deed het schandaal vergeten en het geluk der beide geheven gaf hunne verhouding een karakter van eerbaarheid.

De Comtesse de Boufflers maakte het halve leven uit van den Prins de Conti. Aan haar wijdde hij alle uren, die'hij niet voor de jacht gebruikte, en zij was de godin van den Temple, en ging door voor de beminnelijkste vrouw der wereld. Zij was geestig, zeer geestig, en haar geest had iets aparts, iets nieuws en levendigs. Ze had een natuurlijken afkeer van gemeenplaatsen en gaf aan haar tegenspraken het accent eener ziel»

Sluiten