Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prince de Conti kennen, tot een punt gekomen, waar wij de beschrijving van milieus die het type vertoonen van de eerste periode der achttiende eeuw willen afsluiten.

Als wij ons de schitterende feesten in de Cour de Sceaux herinneren, en als wij ons rekenschap geven van het karakter der milieus, waarin wij hebben vertoefd, dan komen wij tot de overtuiging, dat wij in de periode tot nu toe beschouwd, vooral de ontwikkeling waarnemen van het weidsche gezelschapsleven. Hier en daar treft men wel plaatsen aan, waar geestelijk leven tiert, maar de periode wordt vooral gekenmerkt door weidschheid, statie, groote soupers en voorname recepties. De toonaangevende kringen droegen meer het karakter van hofhoudingen dan van salons, waar de schuchtere geest, die de intimiteit zoekt, ontbloeien kan. Naast de recepties der prinsen vond men de salons der financieele wereld, zonder traditie en zonder voornaamheid, doch die zich evenzeer aan orgieën van weelde te buiten ging. In den tijd van het Regentschap verblindde het hofleven de geheele maatschappij, die daardoor het vermogen miste zich in kleinere groepen uit te leven.

Eerst tegen de middenperiode der Regeering van Lodewijk XV ontstaat, wat men met een kort en veelzeggend woord „le monde" noemt: die duizende kleinere salons, die van zoo grooten invloed zijn geweest op de ontwikkeling van den Franschen geest. Ik heb U reeds eenige van de zoogenaamde bureaux d'esprit laten zien, zooals het salon van Madame de Tencin, de voorgangers van een rijker ontwikkeld, intelligent salonleven; ik wil U thans nog binnenleiden in twee schitterende milieus, na 1750.

Sluiten