Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betoogen dat zij waarde hadden . . . indien men zich niet meer aan de leerstellingen der kerk mocht onderwerpen. De Encyclopaedie gaf, onder een etiket, den katechismus van het ongeloof.

Ten slotte een enkel woord over hare houding t.o.v. de metaphysica, de abstracte wijsbegeerte. Al wat de ervaring de zinnelijke gewaarwording te boven gaat, al wat niet onmiddellijk dienstig is voor den voortgang der wetenschappen en tot een welaangenaam leven, wordt beschouwd als van onwaarde voor de bespiegeling, Men propageerde de „gezonde philosophie" naar het heette, die bestond in de kennis der positieve wetenschappen, in de studie der zinnelijk — waarneembare verschijnselen. En deze wijsbegeerte, gehuld in een half-populairen vorm, die haar toegangkelijk maakte voor ieder middelmatig intellect, voltooide de vernietiging der oude ascetische en christelijke idealen, maar het een leegte achter in het zedelijk bewustzijn.

De Encyclopaedie heeft vele vervolgingen te trotseeren gehad, ze heeft met financieele moeilijkheden moeten kampen, ze heeft zich heftig moeten verdedigen. Haar wedervoer het lot, dat alle nieuwe bewegingen te wachten staat. Van het grootste belang is ze voor ons onderwerp. Want van 1750 af waren, een kwart eeuw lang, alle literaire salons verzamelplaatsen van min of meer belangrijke Encyclopaedisten. Het vroegste salon, waarin de Encyclopaedisten verkeerden was dat van Madame Geoffrin.

Sluiten