Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnengeleid. Het was een merkwaardige vrouw, die Mme ■Geoffrin. Zij was de dochter van een kamerdienaar van de Kroonprinses', en gehuwd met een „administrateur de» la Compagnie des glacés". In tegenstelling tot de meeste Salonnières was zij dus van burgerlijke afkomst, maar zij kon haar belangwekkend milieu stichten, omdat zij, ondanks die afkomst, een diepgaande menschenkennis bezat. Zij ging immer recht op haar doel af, met een klaarblijkelijke goedhartigheid, die zij met behendigheid toepaste. Reeds door haar ouderdom wist zij zich geheel het voorkomen van goedheid en eenvoud te geven, ze kleedde zich simpel en strak, maar zoo dat haar fijn en intelligent profiel volkomen tot zijn recht kwam. Zij was goedgeefsch, zonder verkwisting en spreidde bij hare weldaden een gracie ten toon, die noodzaakte tot dankbaarheid. Zij heeft zich aan literatuur en kunst gewijd, maar kende de grenzen van haar artistiek vermogen. Rechtuit en in allen eenvoud zeide zij wat zij meende, en tot Fontenelle, die haar eens verweet, dat zij „vrouwen-ideeën" had, antwoordde zij: „ik oordeel als een vrouw, omdat ik een vrouw en geen eenhoorn ben". Een grooten eerbied heeft zij voor de bestaande orde van zaken, en terwijl zij in het geheim 300.000 pond voor de Encyclopaedie bestemt, zegt ze aan den Encyclopaedist Marmontel, die bij haar logeert, dat ze hem liever niet als buurman heeft, wanneer de censuur der Sorbonne hem treft. Ge kunt begrijpen, dat dit dualisme in baar natuur, die aan den eenen kant de lieden der nieuwe gedachte binnen riep in hare woning, aan den anderen kant zich verzette tegen alles wat de maatschappelijke zede van den tijd weerstreefde, aan hare vrienden groote moeilijkheden gaf.

Velen van hen waren ongeloovigen, en zij zagen tegen het sterven op, omdat men hun de laatste Sacramenten zou weigeren, .die hun vriendin wenschelijk achtte. Zij wist echter raad, en kende altijd een priester, die bereid zou zijn te komen als de Tijd daar was.

Madame Geoffrin was eene vrouw, die op superieure wijze middelmatige talenten wist toe te passen, en door die gave gelukte het haar, haar salon te doen worden een middelpunt van schitterende geesten, 's Maandags was er altijd een gastmaal en receptie voor de kunstenaars. Dan verschenen Marmontel en Diderot bij haar, die liever de Woensdagen

Sluiten