Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI.

Het Salon van Madame du Deffand.

Een geheel andere persoonlijkheid was Madame du Deffand, de met Madame Geoffrin rivaleerende salonnière. In wezen sceptisch, maar verbitterd als zij was door het hooghartig dogmatisme der philosophen, was het een groote dwaling van haar, haar salon voor hen te openen. Haar geest was pittig. Montesquieu zeide, dat het niet mogelijk was zich bij haar te vervelen. Maar zij heeft zich vaak verveeld wanneer zij bij anderen was. Zij vond de menschen dikwijls imbédllen, die alleen maar gemeenplaatsen debiteeren, die niets weten en niets gevoelen, terwijl naar haar oordeel de weinige mannen van geest die zij ontmoette, vol waren van eigendunk, jaloersch^ en slecht, zoodat men ze moest haten of verachten. Maar wat zou zij doen? Zij gaf de voorkeur nog aan dat gezelschap boven de eenzaamheid! Haar menschenhaat werd door haar plotselinge, ontstuimige genegenheid eerder aangewakkerd dan getemperd. Zij werd bedwelmd door de gedwongen activiteit, waarmee de conversatie den geest aandoet. Maar innerlijk bleef zij melankoliek en onbevredigd, — een kind van haar tijd.

In haar jeugd was zij betrokken geweest in de politieke verwikkelingen die den tijd van het Regentschap hebben bewogen en die, zooals wij gezien hebben, vele vrouwen van dien tijd, in de eerste plaats de Duchesse du Maine, hebben meegesleept. Zij was een femme galante, uit ambitie, maar had geen roman doorleefd, die haar hart kon louteren. Onmiddellijk na haar huwelijk scheidde zij van haar man en onderhield betrekkingen met Hénault, hetrekkingen die weldra veranderden in een kwijnende vriendschap, een liaison uit gewoonte. Maar Hénault bracht d'Alembert, den grooten Encyclopaedist bij haar binnen, in baar kldn salon in de

Sluiten