Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nières hebben mémoires nagelaten, en zij stortten zich uit in een overvloed van correspondentie. Dankt men dan weinig werken van naar voren komend individueel geestesleven aan de salons, zij verschaffen ons in de geschriften die van hen zijn uitgegaan, een onschatbare bron om de innerlijke geschiedenis van Frankrijk te leeren kennen. Hun invloed op de literatuur bestaat verder hierin, dat zij de eeuwen door eene neiginöTh"ebben vertoond tot veredeling van het gesproken woord, en indien wij Frankrijk moeten beschouwen als het rijkste literatuurland ter wereld, indien wij boven alles den stijl in de Fransche literatuur, bewonderen, dan vindt dit hierin zijn oorzaak, dat dit volk zich in zijn salons eeuwenlang onbewust heeft geoefend in een zuivere uiting der gedachten, eer het die gedachten stelde te boek. Maar ook hebben de Franschen daar verworven — hetgeen even onontbeerlijk is voor den literator — een diepe menschen- en levenskennis. Wij allen bewonderen de werken van Balzac, van Flaubert, van zooveel anderen, omdat ze een blik geven in de schuilhoeken der menschelijke ziel. Welnu, naar mijn overtuiging is de geheele Fransche romankunst niet een toevallig verzinsel van geniale eenlingen, maar was de levenswaarneming en de versierlijkte hartstocht van „het leven" aan de Fransche romanciers in het bloed, omdat ze afstamden van voorvaders die zich op de kennis en beoefening van het concrete leven in het salon hadden toegelegd.

Wanneer wij voor een oogenblik het leven der salons psychologisch bekijken, dan treft ons één algemeene eigenaardigheid: Er is een herhaling van vrouwentypen. Daar hebt ge de voornaam-'ioogmoedige vrouwenfiguur, de gestyleerde en aan rijk decorum gehechte dame du monde in de zeventiende eeuw in Madame de Rambouillet en, eenigszins anders, meer gemoedelijk getint, in de achttiende eeuw in Madame Geoffrin, ge hebt de levenslustige, „sprudelende" vrouwenfiguur in de ondeugende Madame de Tencin, de fraai en hevig zich uidevende in Ninon de 1'Enclos, de hooghartige in „La grande Demoiselle," en in de achttiende eeuw in de „Duchesse du Maine". Ge hebt de sarcastische, door het leven onbevredigend gelaten figuur in Madame du Deffand in de achttiende eeuw, de uitbundige figuur in Mme de Chevreuse uit den tijd der

Sluiten