Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schapsdrang, maar die een geheel ander karakter draagt dan de gemeenschapsdrang die zich heeft uitgesproken in de geschiedenis van Frankrijks gezelschapsleven. De eisch van onzen tijd is mef het naderen tot het gemeenschapsleven door de media van allerlei schitterende coterieën, maar het onderwerpen van de individueele neigingen aan een algemeen maatschappelijk gebod. De moderne gemeenschapsgedachte is doelbewust — zedelijk, gelijk de gemeenschapsgedachte der Fransche salonnières geweest is: doelbewust-epicurisftscn Het leven genieten, dat was de groote drang. En waar, zooals Kant eens heeft gezegd, de doelbewuste epicurist niet tot een volkomen levensgenieting kan geraken als hij niet rekening houdt met een zedelijken norm, daar vinden wij in de Fransche samenleving der 17e en 18e eeuw wel degelijk een moraliteit: de moraliteit van het sociaal decorum. Maar wij, in onze beste oogenblikken, gaan uit van eene andere gedachte. De zondvloed van ellende, van nood, die de achttiende-eeuwsche markiezinnetjes zagen aankomen, maar die zij wenschten na hun tijd, heeft ons overstelpt, wij bevinden ons in een samenleving, die misschien niet méér ellende kent dan de samenleving onder de Fransche Koningen, maar het sociale vraagstuk is, anders dan toen, een stuk geworden van ons hart. De gemeenschap stelt haar eischen in ons geweten en wij hebben die eischen te volgen, willen wij geen dorre bladeren zijn aan den levensboom. Dit verschil in ethische streving tusschen beide perioden der geschiedenis doet zich kennen in de plaats welke de vrouw inneemt in de maatschappij. De Fransche maatschappij der achttiende eeuw bewoog zich op haar wenken, en de Fransche man der 18e eeuw was haar ootmoedige dienaar. De vrouw gaf haar ordonnantiën, omdat dat haar „bon plaisier" was. Zij begeerde invloed op het sociale leven, omdat zij zocht naar een ontplooiing van haar talenten en grillige neigingen. Maar zij heeft de Fransche maatschappij even zeker ten verderve gevoerd als de vrouw in onzen tijd zal büjken de louterende kracht. Rousseau riep haar terug tot de natuur, predikte de ongehuichelde passie en het pure moederschap. " Maar vérder gaat onze tijd, die de vrouw plaatst als medewerkster, als gelijk berechtigde, gelijkvoelende, samen-

Een leven 7.

Sluiten