Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan ze bezig was geweest in een te klein werkmandje, gaf een slag op het deksel.

„Je denkt toch niet, dat 'k jaloersch ben ?" vroeg Clémence zacht-verwijtend.

„Ik dacht 't niet; nu weet ik 't,'en ik verzeker je, dat 'k André op de hoogte zal brengen, wat voor allerliefste schoonzuster hij krijgt, 't Is beter, dat hij er op voorbereid is."

Clémence ging de kamer uit, naar de eetkamer, waar de gebruikte glazen en gebakschoteltjes nog stonden, van den vorigen avond.

Onaandachtig spoelde ze de kleverige schoteltjes in het lauwe zeepsop.

Een pijn knaagde om de scherpe verwijtei van Bep. Een onvrede met zichzelf maakte haar gejaagd en beverig. Waarom moest zij alles in de finesses opmerken, waarom werd ze gedwongen tot de diepste diepte altijd door te dringen, waarom eischte zij liefde, waar een ander met verliefdheid, met wat bewondering tevreden was, waarom vroeg zij naar den diepgang der dingen, terwijl anderen bleven aan de oppervlakte.... En waarom kwam daarbij óók nog altijd dien drang om anderen hoog op te heffen

Ze hoopte nog, dat Bep in minder overspannen toestand kalmer zou oordeelen, inzien, dat noch eigenbelang noch jaloezie haar hadden doen spreken. Maar het was

Sluiten