Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bleef een roezige tijd, een jachten van de éene festiviteit naar de andere. Allerlei beslommeringen bracht dit mee, die Bep verbazend irriteerden en waarbij ze — vervelend genoeg — de goedschiksche hulp van Clémence duchtig miste.

Toch bleven ze elkander negeeren,' hielden zich, of de één makkelijk, zelfs liever, buiten de ander kon. Als Bep voelde, dat dit dwaas comedie-spelen was, dat het mokkend stilzwijgen onduldbaar werd, klaagde ze haar nood bij André over het „eigenwijs spook, dat onuitstaanbare pretenties had." Tot vergoeding kreeg ze zijn liefkoozingen.de verzekering, dat ze twee-tegen-één stonden, dat de partij van zijn mooi meisje de sterkste was.

Ten slotte redeneerde ze : ,,'t Kan mij ook wat schelen ; zij heeft 'r méér last van dan ik."

Toch vermoedde ze niet, hoe Clémence honderd middelen bepeinsde om ds onaangenaamheid bij te leggen, hoe ze telkens bijna besloten was tot een toenadering van haar kant, doch dan ook helder inzag, dat dit beteekende : schuldbekennen. Het zou karakterloos zijn en gelijk staan met Beps geluk willen offeren aan egoïsme. Ten laatste kwam ze tot de overtuiging: „als je héél gelukkig bent, zooals Bep nu heet te zijn, wil je ook anderen, wil je iedereen gelukkig zien. Morgen, misschien vandaag nog, zal ze bij me komen, zal ze de armen om me heen slaan en met zachte woorden haar geluk tegenover me verdedigen."

Sluiten