Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

OOR ldlle, mistige regendagen heen, ging het naar Kerstmis, kwamen de laatste, woelige dagen, die een algemeen feest voorafgaan. Door de stad was het een haastige drukte, een ner¬

veus beweeg van menschen, die in een dag, wat ze aldoor uitstelden, hebben af te handelen. Een rustigen indruk gaven de étalages in den fantastischen schijn van rood licht; ze leken gehuld in een stille intimiteit, ze hadden iets warms tegenover het vlagen van den kouden, wilden wind over dat gekrioel van menschen.

Op de bloemenmarkt stonden statig breedarmige kerstboomen te wachten op slingers en sterren en kleurige kaarsjes. Nonchalant lagen naast die boomen hooge stapels hulst: glanzend groene bladen met nijdige stekels en vlammend-roode besjes. Daarneven het subtieler mistletoe.

Alles sprak van Kerstfeest, van wachten op iets grootsch. Dat niet komen zou, voor Clémence niet en voor de velen die aan Kerstmis geen andere beteekenis hechtten dan „winterfeest," een feest, dat evengoed later kon worden gevierd, dan wellicht zelfs beter, omdat er sneeuw zou zijn en de aarde zich zou tooien met het rijke winterkleed van louter dons.

Sluiten