Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerstmis beteekende ook „vredefeest." Maar hoe nu om den vrede te jubelen, terwijl de volkeren in haat tegenover elkander stonden en fier uit elk land de belofte kwam van te zullen strijden tot het laatst.... Eens was Christus op de wereld den vrede komen brengen ; waarom hield Hij dien niet in stand ? Waren niet meer de menschen van goeden wil, als in den kouden Decembernacht, toen Hij geboren werd, stil en verlaten ? .... Er was toch iets aantrekkelijks in de herinnering aan het arme Kind, geboren ter verlossing van zondige menschen. Maar wat te denken: dit naïef verhaal werkelijkheid öf een legende, gegaan van mond tot mond, en door de eeuwen heen vermooid en opgesmukt.... Hoe moest deze hulpelooze Jezus beschouwd worden, als God en dan ook Heerscher over de wereld, of als een Kind, dat opgroeide tot ideaal-mensch, één aan Wien de herinnering lang was levend gehouden, maar dien men nu langzaam-aan vergeten ging? Overtuigd, dat Hij een mensch-geworden God was, die macht uitoefende en wonderen deed, moest het geloof aan wat gebeurde eeuwen her, den dag van morgen opheffen tot feestdag. Doch waar de overtuiging ontbrak, getast werd in de duisternis, bleven „God" en „geloof" holle klanken, leege woorden, die geen troost en geen vreugde gaven....

Clémence haastte zich voort, het hoofd met de grijze bontmuts, gebogen tegen den wind. Ze sloeg het bont, dat bijna afwaaide, over haar schouder, steviger om den hals.

Sluiten