Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het roer van haar levensschip zou ze alleen hanteeren ; dit moest haar trots en haar koningschap zijn.

Met drukkende hoofdpijn kwam ze thuis. Ze ging naar de eetkamer, de lage kamer in het soeterrein, met openslaande deuren op het tuintje, dat koud en naakt te huiveren lag onder de vinnige windvlagen.

„Daar heb je mijn charmante zuster! André, die naast Bep op den divan zat, gedachteloos spelend met haar horlogeketting, sprong theatraal overeind. Zijn sarcasme ontging Clémence niet.

„Jongen, wat trek je aan m'n ketting," praatte Bep korzelig, merkbaar verstoord, dat een gezellig tête-a-tête was verbroken.

„Bezeer ik je halsje ? hier ... 'n kus er op ! nu goed ?

Clémence zag Bep glimlachen. Hoe kon ze, om zulke flauwe praat, om dit vlak gedweep! Dat ze niet begreep, hoe mannen als André niet leven konden zonder iemand om hun lusten aan te voldoen, en het toch maar een heel schrale glorie was die vage „iemand" te zijn. Het karakter, het zieleleven van zulk een man was ontzenuwd ; elke verheffende eigenschap werd door de ruwe zinnelijkheid vermoord. Wat een desillusie, als er dagen gingen komen, dat zij zichzelf zwak zou voelen, steun zoeken bij hem, eischen van hem een warm, diep geluk, dat weer sterk zou maken. Haar mooiste weeldeleven moest dan iets armoedigs krijgen, het kon niet anders.

Sluiten