Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerenden kerstboom, de opgewende gezichtjes bestraald met gouden schijn.

Ze zongen van het Kindje, geboren in kouden nacht

„Lieflijk Kindje met goud in het haar" Als een

sprookje moest het klinken uit zooveel kindermondjes

Zou ze gaan aanbellen en vragen — Mevrouw van Etten zou het stellig goed opnemen — of ze 'n handje helpen kon, met bedienen en zoo ? Maar dan moest ze ronduit zeggen, dat ze alleen zat; het zou een vreemden indruk wekken. Uitkomen voor de reden kon ze niet, wilde ze ook niet...

Het kerstlied was uitgezongen. Als zevolstrektgeengerucht maakte, hoorde ze lachen, klaterend-hóóg lachen en joelen.

Dan werd het weer stil, begon bij heel zachte begeleiding een stemmetje te zingen.

Ze stond op, hield luisterend het oor tegen het donker behang. „Es ist ein Ros' entsprungen" .... 't Was het Duitsch logée'tje dat daar zong, snoezig land, met vriendelijk gezichtje, ernstige oogen en lange

zwarte krullen. Stakker haar vader streed aan het

Russische front; er was in maanden van hem geen bericht gekomen. Wie weet...

Wat een verrukkelijk, helder stemmetje! Else stond zeker hierheen gekeerd, dat het lied zoo duidelijk doorklonk. Ze zong het plechtig en gevoelig, licht vibreerend. Misschien dacht ze — klein als ze was — aan den „Christ-

Sluiten