Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het duurder leven sedert de verloving van Bep kwam, dat Jos hoe langer hoe hooger zijn eischen ging stellen. Gisteren aan de koffie had het nog dispuut gegeven — er was hier trouwens telkens dispuut — Jos was uitgevaren : „vijf pop in de week was een belachelijk schijntje. Mama kon wel voorrekenen, dat het ruim-genoeg was, maar ze moest gelooven, wanneer hij beweerde iedere week te kort te komen en te moeten leenen. Ze moest snappen, dat hij in een miserabel parket kwam met z'n vrinden, wanneer hij voortdurend bij ze in het krijt stond. Hij hoefde toch niet als 'n kleine jongen op 'n papiertje rekening en verantwoording te geven ? 7 V2 cent voor de trem, n maffie voor 'n potje bier, plus 'n dubbeltje fooi. Het zou al te idioot zijn. Enfin, Mama moest het zélf maar weten, gaf ze geen opslag, dan zou hij André — die op geen stukken na wist, dat ze er dikwijls „voor" zaten — om *n paar honderd póp vragen."

Het was de spijker op zijn kop getikt. Even had Mama gezucht, maar toch een toeslag beloofd, en een flinken ook. Het oude liedje : Mama, die zich graag royaal toonde, en Jos nooit iets weigeren kon ....

Kort geleden had mijnheer van der Ven er wéér op gezinspeeld, dat op financieel gebied de nadeelige gevolgen van den oorlog vooral drukten op de renteniers. „Het kan, had hij gewaarschuwd, — indien tenminste de oorlog blijft voortduren — voor menigeen een werkelijke catastrophe worden."

Sluiten