Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw Swildens kwam haar tegemoet. „Juffrouw Boogerd, hier kom 'k uw leerling brengen. Geef de juffrouw netjes 'n hand, Johnnie.... Ik zeg tegen 'm : „neem maar 'n potlood mee, dat heb je allicht noodig voor nootjes-schrijven of zoo '.... We hebben er 'n extra lange punt aangeslepen, waar vent ?"

Johnnie lachte oolijk, knikte van ja.

Het gemoedelijk optreden van mevrouw Swildens bracht Clémence innerlijk tot kalmte. Ze streek het ventje langs de blonde krullen, die aanvoelden als zij, zóó zacht.

In de voorkamer schoof mevrouw Swildens een stoel bij de piano, draaide de tabouret op. „U zult wel zeggen, hoe hoog hij moet zitten, ik heb 'r geen verstand van," lachte ze. *k Heb al gezegd : „goed opletten, dan kan jij Moeder leeren." Met een knipoogje naar Clémence gaf ze een kus op Johnnie 's voorhoofd.

Clémence vond, ze moest gaan lesgeven in den gemoedelijken trant van dit allerliefst moedertje. „Broer, klauter eens op je kruk," begon ze; „ik draai 'm wel hooger. Zóó.... net *n mallemolentje." Johnnie schaterde. Een heerlijk-klaterende lach was het, die kaatste tegen, de wanden van de vriendelijke kamer, met gezellig-Iichte meubels. Ze begon te vertellen, hoe hoog je voor de piano hoorde te zitten, dat, zoolang Johnnie geen lange beenen had, hij een voetenbankje moest gebruiken.

In een wip was hij van de kruk, haalde een bankje van onder de tafel, plaatste het als een poortje over de

Sluiten