Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het had een woordentwist gegeven èn de kippen- èn de behangselgeschiedenis. Maar op het zoetelijk vragen van André, of Bep dan niets voor haar manneke overhad, was ze weer half verwonnen geweest, had ze gezegd,: *,Heel veel, maar je moet niet zoo'n orang-oetan-gezicht zetten."

Clémence had met moeite haar lachen bedwongen, het verlangen gevoeld, dat André nu eens woedend zou worden, een flinke ruzie zou volgen. Het begin misschien van het eind....

Maar de beleedigende vergelijking sloeg niet in. „Dien leelijken orang-oetan wil je toch wel hebben ?" had hij gevleid. Het was of hij vreesde dat op het laatste nippertje de bekende „beauty", waarop 'n massa jongelui 'n oogje hadden gehad, hem ontsnappen zou.

Onstuimig haar naar zich toetrekkend, een arm op haar schouder, had hij haar frissche roode lippen gekust.

Als hij zoo hartstochtelijk deed, was hij nog onsympathieker dan in zijn meest weeke stemming. Je wilde Bep van dien man wegrukken !...

Als hij na zoo'n afgekuste strubbeling weer sprak over „Sunny Home," voelde Clémence, dat Ze zich geweld moest aandoen, om niet terdege te laten merken, dat ze voor hém geen stoel daar verzetten zou.

Om Bep het pijnigende van een heftige ruzie te besparen — want heftig zou het zijn, wanneer ze zich 'n keer geheel mocht laten gaan — zweeg ze. Voor haar persoon-

Sluiten