Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk was trouwens over 'n paar weken de daaglijksche omgang met André voorbij, voor Bep ging dan het leven met hem pas goed beginnen. Ze zou weten, dat op den duur het geluk niet schuilen kon in een adellijken naam, in kostbare meubels en tapijten. De gulden letters op het hek zouden de zon niet naar binnen tooveren

Clémence lag er over te tobben, nu ze, zooals herhaaldelijk in den laatsten tijd, niet tot rust kon komen, en ze kwartier na kwartier de Westminster klok van de eerste verdieping hoorde .aangeven, hoe tergend-langzaam de nacht zich afwentelde.

Was ze maar als Mama, Bep, Jos en André, die zich tevreden stelden met wat klatergoud, met wat schittering van geluk. Ze leefden gemoedelijk van dag op dag, gingen over de oppervlakte van het leven, vroegen niet naar hoogte of diepte. Haar stond die trage sleurgang tegen, het was onmogelijk zich nuchter door het leven te laten meesleepen; altijd knaagde het stille heimwee naar verheffing, naar innerlijk evenwicht. Dit martelde, dit maakte soms' hopeloos-ellendig. Het was zoo moeilijk dit kampen tegen den weerzin, waaraan ze — hiervan was ze overtuigd — niet mocht toegeven. Het was sommige dagen, of ze ging door een grijzen mist, die alle beelden rondom haar wegdoezelde, haar alleen latend in ondoordringbare duisternis 0, ééns zorgeloos te zijn, volkomen zorgeloos,

lachend te gaan door het leven, als een kind zoo zorgeloos

Sluiten