Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

jJEB wachtte haar bruigom. Bekoorlijk was ze

m het smetteloos-wit, den wazigen sluier opgetoefd tegen de weelde van donker haar; de schalksche oogen hadden iets droomeries.

Ze zat in-zich-zelf-gekeerd, merkte nauwlijks, hoe een der kleine bruidsmeisjes haar sleep schikte in lange, gelijke plooien en bezorgd vroeg : „tante Bep, zit uheusch niet kreukelig op uw mooie japon ?"

Ze antwoordde pas, toen de vraag was herhaald. „Nee Engelientje, wezenlijk niet."

Clémence vroeg zich af, of Bep nu staarde in een toekomst van zonnig geluk. Als ze het één gunde, was het haar ; ze hoopte zoo, dat het naïef vertrouwen, waarmee ze het huwelijk inging, niet zou worden teleurgesteld. Met duizend klinkende woorden zou haar vandaag „geluk" worden toegewenscht; bloemen en strooisel, zang en muziek zouden er de belofte van zijn Maar, beloften

waren geen onderpand voor de werkelijkheid

De binnenkomst der familieleden, die gingen meerijden in den stoet, bracht ontspanning. Het werd ineens een druk beweeg.

Sluiten