Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De rijtuigen zijn vóór; mevrouw van Zuylenhoven Lentsveld en Mama, wilt u instappen?" Jos overstemde het rumoer in de kamer. Hij zag er vermakelijk uit in zijn rok, en hij manoeuvreerde eigenaardig met zijn hoogen hoed.

„Ik geloof het genoegen te hebben bij u in het rijtuig plaats te nemen, bij u en mijn broer Louis," kwam George van Zuylenhoven in het schitterend uniform van officier der gele rijders, voor Clémence debiteeren. „Ons rijtuig is vóór."

Toen Clémence was ingestapt, zat naast Louis, dien ze mocht om het goedige en pretentielooze in hem, tegenover George, aan wien ze alleen al om zijn brutale, sarrende oogen n hekel had, zag ze het bruidspaar de hooge stoep afkomen, waarlangs een looper was afgerold. Het gaf de grijze, kille stoep iets feestelijks.

Ze zag Bep behoedzaam stappen in het rijtuig, met veel spiegelglas, toen André, sleep en sluier opzij schuivend haastig bij haar binnenwippen. Vader had het moeten zien... Nee, tóch beter, dat hij dezen dag niet beleefd had. André was hem als schoonzoon evenmin sympathiek geweest als hij 't haar was als schoonbroer. Wie weet, had echter zijn krachtige manier van spreken meer invloed gehad, was het nóóit tot dezen huwelijksdag gekomen...

De stoet zette zich in beweging. Vlug rolden de wielen over de hobbelige keien ; als staccatoslagen klonk het getrappel der paarden.

Sluiten