Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Clémence niet lachte, liet Jos ineens zijn volle hand neerkomen op haar knie. „Je bent tóch fideel zeg, me die vijf pop te willen Ieenen, ik bedoel geven. (Aan het woord „leenen" was hij meer gewend).

„Met gekheid maak jij je er altijd af. Enfin, hier heb je ze." Clémence kreeg uit haar handtasch twee briefjes van een rijksdaalder. „Maar" — ze hield ze terug — „één ding moet 'k nog zeggen ; 't gebeurt niet dikwijls dat we elkander onder vier oogen spreken."

„Voor 't zelfde beetje geld nog méér slikken ?" „Voor krek 't zelfde." Clémence lachte onwillekeurig, „wat dan ? 'n beetje opschieten s'il vous-plait." „Dat je tegenover Trees niet zoo idioot-verliefd doet." Een schaterlach van Jos ratelde door de kamer. Hij sloeg de handen om zijn knie. „Trees ? 'n lieverdje ! |

„ n Lieverdje, dat jij het hoofd op hol brengt. Zij schept zich illusies, en, natuurlijk, als ze in Arnhem terug is, taal je niet meer om V."

„ n Aardig ding is 't om 'n dagje mee uit te gaan,

daarmee basta 'n Lief beklöe heeft ze en van die

verduiveld leuke krulletjes Ze heeft *r één voor

me afgeknipt. Voor 'n maffie kan je 't zien."

„Zóó; maar wat 'k zeggen wou : je attenties gaan

dieper dan je denkt; je zou Trees 'n massa narigheid kunnen besparen, als je ...."

„Ach, meisjes staan ook direct in volle laai, zijn in 'n wip verkikkerd."

Sluiten