Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dientje kwam opendoen, vroeg direct verbluft : „juffrouw Klemans, wat heb u, u ziet zoo wit as 'n servet."

„Hoofdpijn en wat duizelig," zei Clémence dof. Langzaam haar voeten vegend langs de ruige mat, zag ze een vreemde en-tous-cas in den standaard. „Is 'r bezoek?"

„De oude mevrouw van Zuylenhoven; mevrouw is er n kwartiertje zoowat." „En," voegde Dientje er vertrouwelijk aan toe, ze zal wel gauw gaan ; mevrouw van Zuylenhoven maakt nooit zulke heel lange visites."

Clémence verstond het maar half; het rad gepraat vlak aan haar oor vond ze verschrikkelijk. „Zeg niet, dat 'k ben thuisgekomen ; ik ga wel naar de eetkamer." Halverwege de gang keerde zij zich om. „Wil je even 'n glas water brengen ? maar vooral frisch, lang de kraan laten loopen."

Na een tikje op de deur, waarop geen antwoord volgde, kwam stilletjes Rika, de keukenmeid, de eetkamer binnen. Dientje had niet overdreven : juffrouw Clémence zag 'r uit als de letterlijke dood, zooals ze daar lag op den divan.

„Is 't zóó erg, juffrouw?"

„Hoofdpijn en duizelig," herhaalde Clémence.

„Gaat u naar bed, onverantwoordelijk, als u opblijft."

„Ach, 't zakt wel ; 't gaat al beter."

„Drinkt u 's."

Sluiten