Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achterkamer. Bij wie zouden de leerlingetjes gaan lesnemen, de de Vliertjes, Truusje en Theo van Hoven, Elly Wallé, Wiesje, Johnnie? De kleuters zouden wel even ernstige gezichtjes zetten, als ze hoorden : „juffrouw Boogerd is dood." Kinderen voelden diep, maar in hun weeke hartjes konden de wonden spoedig genezen. Met elkaar zouden ze er over spreken : „kan jij je begrijpen, dat juffrouw Boogerd nu dóód is ? Maar na enkele weken, enkele dagen misschien — zouden ze met de gedachte zijn verzoend, niet beter weten, of het moest zoo zijn....

Alles kon voortgaan, in een sleurgang, zónder haar. Van de daaglijksche zorgen en zorgjes zou zij zich niets meer hoeven aan te trekken. Een wonderlijk vooruitzicht, dat het leven in je zou ophouden, de natuur het wilde, je niet eens er tegen hoefde te kampen, maar willoos je had over te geven ...

Gesteld dat ze zou beter worden, tóch weer zou móeten

staan in het volle leven Het beklemde met een

grauwe angst.

„Zuster," riep haar zwakke stem.

Zuster van Berkel, bezig met het opruimen en schoonmaken van de waschtafel, was dadelijk bij haar, den handdoek nog in de hand.

„Hoort u eens." Het was een oogenblik zóó stil in de kamer, dat niets scheen te leven dan het wekkerklokje op den schoorsteen, dat hard tikte. De pleegzuster ging

Sluiten