Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder koel te zijn. Clémence langs de warme wang streelend, vroeg ze hartelijk: „Denkt u niet, dat 't waar is ?"

Met nerveuze beweging .streek Clémence een haarlok van het klamme voorhoofd. Met moeite weerstreefde ze : „nee, toch niet, vast niet" ....

„Uw Moeder heeft verteld, dat u prachtig piano speelt; zal t niet heerlijk zijn u weer aan de muziek te geven?"

„Heeft Mama óók verteld, dat 'k lesgeef?" vroeg Clémence, zonder op die vraag te réageeren.

„Dat niet ; maar.... 'n reden te meer om gezond te willen worden. Wat zouden uw leerlingen u missen."

„Die vergeten me wel, evengoed als de anderen."

„Dat moet u niet zeggen ; elk heengaan geeft leegte."

„Ach kom, niemand is onmisbaar .... Als u eens wist, hoe graag 'k zou willen sterven, het éénige is 't, wat ik verlang.... Het is toch niet te veel ?"....

„Maar 't is niet moedig, met flink dat te willen; u zoudt het in 'n ander óók afkeuren."

„Ik geef 't toe .... ; maar 't is alles zoo ellendig Ach, als ze mij maar begrepen, en vooral als ik mezelf maar beter begreep, en alles, alles, t Is zoo donker om me heen, het maakt zoo angstig." Clémence zei het onstuimig, losbarstend ineens in tranen.

Zuster van Berkel kwam op den rand van het bed zitten, nam een glas van het nachttafeltje, liet haar drinken.

Haar tanden klapperden tegen het glas.

„Toe," troostte de pleegzuster, de tranen afvegend,

Sluiten