Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„zet die donkere gedachten opzij.... 't Hindert niet hoor, dat u eens uitschreit, maar verkeerd is 't zóó uw geest af te beulen."

Gémences physische kracht was gebroken. Nu moest ze zich laten gaan, ze moest het meedoogenlooze leven aanklagen, zij het ook bij een vreemde. Als ze langer zou zwijgen en maar verduren, het zou haar gek maken, gek.... „Er wordt van n mensch veel te veel gevergd.

En niets wat je helpt, niemand die je steunt Ik

wéét wel, ik beken 't, dat 'k melancholiek ben ; het stormt tegen me op, ik zal me er nóóit meer overheen kunnen zetten. Ik heb den strijd opgegeven."

„U zult dubbel moedig den strijd hervatten, als u eerst lichaamlijk weer sterker bent. En dan: u moet uw best doen om in vroolijker, in mooier dingen u te verdiepen."

Als eenig antwoord haalde Clémence de schouders op. Hoe kón je, als je je zoo rampzalig gevoelde ....

Ze schrok opeens van een krakend geluid op de trap ....

„Zult u niet zeggen," vroeg ze gejaagd, „dat ik zoo'n bui heb gehad ?"

Geen sterveling hoeft er van te weten. Later praten we meer; als U maar belooft nu te gaan rusten."

Ze boog Clémence's arm onder de dekens, haalde het laken tot haar hals, bolde het dek om haar rug.

Clémence voelde het als een liefkoozing ; het leek, of dit, meer nog dan woorden, haar smart verstilde. In haar binnenste knaagde een pijn, blééf een pijn knagen.

6

Sluiten