Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo'n hanepootje." Ze lei het postvelletje tegen het kussen. „0, van Johnnie Swildens is 't. *n Leuk ventje .... ;

daar woont hij, aan den overkant, Waar nu die

kar langs gaat Misschien hebt u „Kleine Lord

gelezen ?

„Niet gelezen, wel gezien, in den schouwburg.

„Aan kleine Lord" doet hij denken, van den winter vooral in z'n fluweelen pakje. U moet eens opletten ; half vijf zoowat komt hij van school; hij draaft altijd de stoep op, en trekt wild aan de bel.

Vreemd was Clémence de klank van haar eigen stem, nu ze ronduit kon praten over een leerling, en iemand in huis zich er voor interesseerde.

Ze zag naar de rozen, die er zoo broos uitzagen, of een stootje ze breken zou. „Toe, steekt u één van die rozen op," vroeg ze.

„Op die gewone werkjapon ?

„Ik houd van werkjaponnen."

„Nee, geef er liever een, als 'k „in gala" ben ; op mijn witte zal ze mooier staan." „Houd je veel van bloemen ?" Zuster van Berkel trachtte de opgewekte stemming van de patiënte levendig te houden.

„En of." Clémence ging weer liggen, omdat het rechtop zitten vermoeide. — „Ik zorg hier altijd voor de planten en bloemen. Mij dunkt, in elk huishouden is dat zoo : één uit zichzelf aangewezen op de bloemenzorg.

„Gewoonlijk de fijnstvoelende.

Sluiten