Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een beteekenend lachje plooide zich om Clémences kleurlooze lippen .... „Houdt u er óók van ?" „Bloemen vind ik 'n genot." „Net iets voor u."

„Jij met je „u, praatte zuster van Berkel amicaal: „tutoyeer me toch ; je gaf mij immers óók de toestemming ? Als 'k later geen verpleegster meer over je speel, noem je mij „Leny," als je wilt."

„Heet je zoo, „Leny ?" Clémence zag naar het jeugdig gezicht, omkranst met kroezig haarblond, naar de tamelijk tengere gestalte. Deze naam paste opvallend goed bij den persoon van haar pleegzuster. 'tWas dikwijls zoo: in den klank van een naam een overeenkomst met den persoon.

Even later kwam Mama, en met haar het laatste nieuws de stilte inwaaien. „Hoe is 't vandaag?" begon ze koel.

„Wat beter," herhaalde Clémence uit gewoonte.

„Hé hé, wat ben 'k geëchauffeerd Zuster, geef

eens 'n stoel, hier, bij 't bed Nee, liever den

leunstoel. Zoo .... Brengt u nu even m'n hoed naar de

slaapkamer ; pas op voor de aigrette." Toen weer

tot Clémence : ,,'n bemoeiing als ik gehad heb om „tule maline" bij te krijgen voor m'n beste robe! Zoo'n lastige kleur, en de winkeliers op 't oogenblik slécht voorzien Schande is 't. Winkel-in winkel-uit ben 'k gegaan."

Sluiten