Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Berkel, zonder er momenteel aan te denken, dat mevrouw Boogerd met het les-geven van haar dochter niet was ingenomen, nam het vaasje op. „Beeldige rozen, vindt u niet ? door 'n leerling van uw dochter gestuurd ; is t niet aardig ?"

„O, heel attent." Het klonk strak-onverschillig. Clémence kon met moeite een sarcastisch lachje onderdrukken. Na het nieuwsgierig „van wien?" moest het Mama bar tegenvallen, dat deze attentie van zoo'n klein meneertje kwam !

„Zeg, ik dacht Zondag de jongelui Smits van der Dam te dineeren te vragen," vervolgde Mama haastig.

„Hoe komt u daar ineens op ; we spreken nóóit meer iemand van de Smits van der Dam."

„Behalve ! van de week waren ze nog in „De vijf Frankforters," zaten ze in de loge naast de onze ; André scheen ze héél goed te kennnen."

„0" .... Clémence streek over het voorhoofd. Het maakte zoo moe dit drukke praten over al die vreemde menschen. Dat het Mama zelf nooit irriteerde

„Heb je hoofdpijn ?" vroeg zuster van Berkel.

„Het draait ineens zoo voor m'n oogen."

„Het zal 't beste zijn, als uw dochter rusten gaat, mevrouw," oordeelde voorzichtig de verpleegster.

„Dan zal ik vertrekken. Maar ach, gaat u even kijken, of Dientje al tafel dekt, zoo niet, laat ze dan beginnen."

Zuster van Berkel beet zich op de lippen. Die Mama

Sluiten