Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorzichtig en rustig kwam telkens de zuster met nieuwe koude compressen.

Eenige dagen bleef de koorts aanhouden. Zelfs Bep, die expres uit Laren overkwam, werd niet bij de zieke toegelaten.

„Was dat niet overdreven, m'n eigen zuster weg te sturen? vroeg Clémence toen ze het achteraf hoorde, aan dokter Hesling. Maar de dokter constateerde met voldoening, dat zijn maatregelen haar in de goede richting hadden geholpen. „Nu de koorts is geweken, moogt u morgen een uurtje opzitten, maar ook niét langer; zuster zult u er op letten? Heeft dit geen nadeelige gevolgen, dan kunt u succesievelijk iedereen ontvangen, naar wie u verlangt."

Een kort lachje van Clémence bewees, dat ze dit laatste opnam als een spotternijtje.

Wat ze van dokter Hesling wel hebben kon ....

Toen ze den volgenden dag voor het raam zat, de magere armen gestrekt op de stoelleuning, de haarstrengels als dikke, donkere strepen over het licht-blauw van de peignoir, staarden haar bruine oogen, die donkerder leken sinds het gezicht allen blos verloren had, een tijd lang droomerig naar buiten. De knoppen aan de boomen waren spitse bladen geworden, frisch nog in de pas geboren levenskracht. De zon tintelde tusschen takken en loovers.

De overkant werd nieuw bestraat. Het kloppen op de keien was in haar ziekte hinderlijk geweest. Nu vond ze

Sluiten