Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het prettig dit beweeg buiten, ofschoon het werk der stoere mannen nog onnoemlijk zwaar leek.

De hooge, zonnige huizen weerspiegelden in het stille grachtwater; ze trilden lichtelijk in de diepe weerkaatsing. Een schuit met bloemen sneed langzaam door den waterspiegel. Rose en roode geraniums, fluweelpaarse violetten.... Het leek een drijvend perk in bonte kleuren.

„Morgen is het bloemmarkt," schoot haar te binnen. Je raakte verward in de dagen, of liever je volgde ze niet ; in zoo'n ziekte vergleden alle hetzelfde, waren alle van gelijksoortigen, tragen inhoud ....

Het verwekte nu toch een blije voldoening, dat de ziekte was verwonnen, dat ze weer uitstond boven de kracht van haar ontredderde zenuwen. Een nieuwe kracht was inwendig geboren. Als ze naar buiten keek, de lente in, kwam een teer verlangen haar wezen omspannen, een verlangen om goed en toegeeflijk te zijn, zichzelf te vergeten, zon en vroolijkheid te doen stralen in haar omgeving. Het zou zoo moeilijk niet zijn, getuige Zuster van Berkel. Die was óók jong, jonger misschien dan zij zelf, die zou óók dagen kennen, waarop ze iets anders verlangde dan het eentonig verpleegstersleven, met altijd zijn offers. Niets dat het zou verraden; ze toonde altijd hetzelfde heerlijk-opgewekte humeur. Het was of ze haar woorden in de weegschaal legde, om nóóit hard te zijn of te hinderen. Toch had ze niets zoetelijks of wekte haar lief doen den schijn van

Sluiten