Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX.

ALLO, ben je weer boven water ? kwam den volgenden Zondag Bep om den hoek van de deur.

Clémence, gewend aan de stilte, aan het

rustig redeneeren van zuster van Berkel, schrok onwillekeurig.

„Zoo Bep," zei ze toch verrast; „hoe gaat 't jou ?... Ik zoo goed als beter.... 0, laat *k even voorstellen: zuster van Berkel, mevrouw van Zuylenhoven.

Bep boog voornaam, wat Clémence hinderde voor zuster van Berkel.

„Hier, 'n paar bloemen ; die vroolijken 'n ziekekamer op." Bep lei een tuil anjers op Clé's schoot. „Uit onzen eigen tuin.

„Dank je, hoor." Clémence drukte stevig Beps hand .. „Kom bij me zitten .... Heb je Mama al gesproken ?— nee, 't is waar, Mama is naar receptie bij van Helder .... Zuster, zet u de bloemen in 't water ?... ja, in t vaasje van Johnnie."

„*n Aardig type?" vroeg Bep fluisterend, toen zuster van Berkel naar het fonteintje ging.

Sluiten