Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bizönder." Clémences oogen blinkerden. „Ben je op haar gecharmeerd ?" spotte Bep. „Je kijkt zoo verliefd."

De geringschattende humor hinderde Clémence. Werd het beetje hartelijkheid haar niet gegund ?

Zuster van Berkel kwam weer binnen ; ze was in het wit, „in gala." „Als 'k vragen mag," zei ze eenvoudig tegen Bep, „kan ik soms even uitgaan? U blijft toch wellicht eenigen tijd."

„Ga uw gang, zuster." Bep zei het met hooghartige vriendelijkheid, en Clémence voegde er animeerend aan toe : ,,'t is heerlijk weertje, wandel plezierig, hoor."

,,'t Is nu in Laren," vertelde Bep, „éénig! In den tuin loopt letterlijk alles den grond uit.'— En zeg, die kanarie zingt zoo leuk, den godganschelijken dag, zoo zuiver en zoo hoog."

„Dat hadden ze ook voorspeld : 'n uitstekend zangvogeltje moest 't zijn." Onder het spreken nam Clémence haar zuster op, zooals ze er zat, jong van levenslust, het donker kopje, waarop de groote blauw-strooien hoed, wat achterover, de voeten, waaraan kokette schoentjes, gekruist. Volstrekt geen getrouwde, geposeerde dame, zóó met het losse manteltje van tango-zijden tricot, en den eleganten blauw-voilen rok. Zou niets nog haperen aan haar geluk, zou ze volstrekt niet gedesillusioneerd zijn ?... Vreemd het je eigen zuster niet te durven vragen

Sluiten