Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze vertelde met buitengewone opgewektheid van haar jong huwelijksleven, vol pret en afleiding : autotochten naar Utrecht en Arnhem, zeiltochten op de Zuiderzee,

pic-nics, een tuinfeest En de zomer moest eigenlijk

nog beginnen Toch heerlijk, dat nog geen krasje

den blinkenden spiegel van haar geluk beschadigd had. Het deed bijna vergeten, dat ze zoo weinig belang stelde in je ziekte ....

„M'n man is óók in stad," vertelde Bep. „We zijn met de auto ; hij is doorgegaan om 'n paar vrienden te bezoeken. Als hij om half vijf me niet is komen halen, tref ik 'm in de Roemer Visscher."

„Zoo," praatte Clémence, verzettend de gedachte, dat het ziekenbezoek er het makkelijkst bij in kon schieten, hoe dat er minder op aan scheen te komen.

„Je blijft dus tot zoolang ? kom, doe je hoed en mantel af. En, als je even op 't knopje wilt drukken? dan zal ik thee bestellen."

Bep hing haar mantel over een stoel, zette den hoed op een beddeknop. Toen kwam ze weer zitten bij Clémence voor het raam, waardoor het blonde zonlicht naar binnen speelde.

Clémence, in de zacht-blauwe peignoir, zonder eenige versiering dan op den breeden kraag wat geborduurde bloemen, zag er heel eenvoudig uit, in vergelijk met Bep, wier japon, met den overvloed van echte kant en goudbrocaat vorstelijk mocht heeten. Op het diep decolleté

Sluiten